DSTraining

VET vriend of vijand?

Blog onduidelijkheden over VET

Dat er nog steeds veel onduidelijkheid is over vet merk ik nog regelmatig. Mensen zien het nog vaak als de grote boosdoener en iets wat je absoluut moet vermijden bij verantwoord afvallen en helemaal als je een strak lichaam wilt. Bij het Korps Mariniers hebben ze juist de uitdrukking “Vet is kracht!” Al moet ik wel zeggen dat dit vaak als excuus wordt gebruikt om een vette bek te halen. Hoe zit het nou precies? Is vet je vriend, of je vijand?

Met de deur in huis vallen

Vet is onmisbaar voor je lichaam. Gemiddeld genomen bestaat ongeveer een derde van de energie die we verbruiken uit vet. Je spieren en je hart gebruiken het en veel andere organen hebben het zelfs nodig om te functioneren. Maar dat wil niet zeggen dat je het persé nodig hebt als brandstof om te knallen. Sterker nog, dit gaat veel beter op koolhydraten. Je lichaam heeft zowel van koolhydraten een voorraad opgeslagen (glycogeen) als van vet. Glycogeen zit in je spieren en lever en is gemakkelijk aanspreekbaar bij inspanning. Je kunt hier ook behoorlijk intensief op trainen, alleen heb je maar genoeg voor ongeveer een uur. (o.a. afhankelijk van persoon en getraindheid). Met vet is dit een ander verhaal. Van vet hebben we een behoorlijke voorraad. Een gemiddeld persoon (zonder overgewicht) heeft ongeveer 200 keer zoveel energie uit opgeslagen vet, dan uit koolhydraten. Je zou in theorie dus gemakkelijk 10 marathons kunnen lopen op de energie die je aan vet in je lichaam hebt. Het nadeel van vetverbranding is dat dit alleen gaat bij relatief lage inspanning.

Waarom hebben we vet nodig?

Vet is opgebouwd uit o.a. vetzuren. Deze vetzuren worden in het lichaam omgezet in belangrijke stoffen om het zo vervolgens te kunnen gebruiken. Heel veel vet is hier echter niet voor nodig. Als je nagaat dat eigenlijk overal wel een beetje vet in zit (zelfs in groenten), hoef je niet erg je best te doen om hier voldoende van binnen te krijgen.

Essentiële vetzuren zijn vetzuren die het lichaam niet zelf kan maken, maar deze wel nodig heeft om normaal te kunnen functioneren. Je moet ze dus via je voeding binnen krijgen. Ik wil hier verder niet op ingaan, omdat dit te diep gaat voor dit blog. Mocht je hier toch meer over willen weten, is er op internet genoeg informatie te vinden.

Huidige maatschappij

Ons lichaam is zo gemaakt dat we ongebruikte energie opslaan als vet. Dit is een buffersysteem van heel vroeger, wat vaak goed van pas kwam. In tijden van schaarste kon je dan met je opgeslagen vetvoorraad even vooruit. Tegenwoordig zijn de omstandigheden anders, maar ons lichaam is grotendeels hetzelfde. Ongebruikte energie (lees: meer eten dan dat je verbruikt) wordt dus nog steeds opgeslagen als vet. Tegenwoordig is er ook geen schaarste meer. Voedsel is overal en altijd verkrijgbaar. Maar, onze hersenen draaien nog op “de oude software” en geven dus nog vaak het sein eten wanneer je eten kunt (tussendoor snacken). Ook komt het sein dat je vol zit pas een tijdje nadat je werkelijk al vol zit.

Door de jaren heen heeft de voedselindustrie hier ook nog eens handig op ingespeeld. Door producten zo te bewerken dat ze erg smaakvol zijn (lees: vol met zout en/of suiker) eet je er al snel meer van dan een beetje. Probeer bijvoorbeeld maar eens gewoon een paar chipjes te pakken. Of het bij 1 Oreo koekje te laten. Voor de meesten erg moeilijk! Tel hier nog bij op dat de meeste mensen te weinig bewegen en je kunt meteen verklaren waarom veel mensen kampen met overgewicht. Als je de teugels hierin regelmatig laat vieren, kom je gemakkelijk een paar kilo per jaar aan. 

Goede vetten?

Vet is niet onder 1 naam te noemen. Het is een energiebron en is gevuld met vitamine A, D, E en essentiële vetzuren. In de basis heb je verzadigd en onverzadigd vet en wat je binnen krijgt via je voeding is een combinatie van beide. Zoals jullie ondertussen weten, speelt vet een belangrijke rol bij het vervullen van lichaamsfuncties. Aan de andere kant speelt het een rol bij overgewicht, hart- en vaatziekten en zelfs kanker. Het is dus van groot belang dat je de vetten tot je neemt die goed zijn voor je lichaam.

Verzadigde vetzuren zijn slecht voor je lichaam. Het zit voornamelijk in de bekende boosdoeners, zoals (frituur) snacks, koekjes, chips, volle zuivel producten en vet vlees. Verzadigd vet verhoogt het LDL-cholesterol in je bloed. Een te hoog LDL-cholesterol gehalte is erg slecht voor je bloedvaten en verhoogt uiteindelijk de kans op hart- en vaatziekten. Om deze kans te verlagen, is het van belang dat je zoveel mogelijk verzadigd vet uit je voeding vervangt door onverzadigd vet.

Onverzadigd vet past in een gezond voedingspatroon. Ze zijn in de basis onder te verdelen in enkelvoudig- en meervoudig onverzadigd. Onverzadigde vet verlaagd juist het LDL-cholesterol gehalte in je bloed. Ze zitten in o.a. in plantaardige oliën, zaden, noten, avocado, vette vis soorten en veel halvarine en margarine producten. De grote uitzondering zijn transvetten. Deze vallen officieel onder de onverzadigde vetten. Toch zijn ze erg ongezond, juist nog ongezonder dan verzadigde vetten. Je lichaam kan deze vetten maar moeilijk verwerken. Ze komen van natura voor in bepaalde dierlijke producten, maar ze worden ook gevormd door industriële processen van voedselverwerking.

Wil je meer informatie over welke vetten in welke producten zitten of over ADH vet per categorie, dan raad ik aan op de site van voedingscentrum te kijken via deze Link.

Uiterlijke schijn

Ook al heeft iemand een slank postuur, wil dit nog niet zeggen dat ze niet teveel vet hebben. Waar zoiets als zware botten niet bestaat, bestaat verborgen vet wel degelijk. Vet kan zich ophopen op plekken waar je het niet ziet. Meestal wordt dit veroorzaakt door (tijdelijk) verminderde werking van de lever. Dit kan o.a. door alcohol gebruik, medicatie en slechte voeding. We hebben het hier over visceraal vet, ook wel buikvet genoemd. We hebben van nature uit wat visceraal vet en dit hebben we nodig voor onder andere bescherming te bieden aan organen. Teveel visceraal vet is echter niet goed en zelfs gevaarlijk. Het vormt zich onzichtbaar tussen je buikorganen en verstoort bij een te hoog gehalte o.a. je leverfunctie, wat weer de LDL / HDL- cholesterol verhouding negatief beïnvloedt.

Meestal wordt de vorming van visceraal vet pas zichtbaar rond de middelbare leeftijd. Je wordt zwaarder en het vet zit vooral in de buikzone. Vet in de dijen en billen is geen visceraal vet, maar ook niet alle vet in de buik is visceraal vet. Over het algemeen is het vet van het ‘buikje’ dat je met je handen kan pakken geen visceraal vet, maar subcutis, onderhuids vet. Dat is ook vervelend, maar minder reden tot zorg dan visceraal vet. Subcutis, onderhuids vet, maakt het onderlichaam peervormig. Visceraal vet maak het appelvormig. Vandaar dat er ook vaak gezegd wordt, dat het appeltype vatbaarder is voor suikerziekte en hart- en vaatziekten. Daarbij speelt de stofwisseling een belangrijke rol. Door te veel buikvet worden de lichaamscellen bijvoorbeeld minder gevoelig voor insuline. Hierdoor stijgt de bloedsuikerspiegel, gaat de alvleesklier meer insuline aanmaken en kunnen er verstoringen optreden. Met mogelijk diabetes tot gevolg.

Conclusie

Vet is dus je vriend èn je vijand. Vet heeft zeker een belangrijke rol in een goed gebalanceerd dieet. Het hangt er alleen vanaf wat voor vet en vooral hoeveel je binnen krijgt, zoals met alles eigenlijk.

Auteur: Jan van Hest